Kies je taal:
pt-ptnlitfresende

Geschiedenis van de geweven textiel

Textiel betekent letterlijk “dat wat geweven is”. Het is afgeleid van het Latijnse woord “texere” dat “weven” betekent. Textiel bestaat uit filamenten (eindeloze draden) of vezels (korte stukjes draad). De textiele grondstoffen kan men indelen in natuurlijke grondstoffen zoals: katoen, linnen, wol en zijde, maar ook in kunstmatige grondstoffen, bijvoorbeeld polyester. Om textiel te maken zijn er garen of filamenten nodig. Garen wordt verwerkt door te breien of te weven, hierdoor ontstaat er een doek. Van dit doek worden de textielproducten gemaakt.

Rond 3400 v. Chr. is in het oude Egypte de ontwikkeling van spinnen en weven begonnen. Het werktuig, dat oorspronkelijk werd gebruikt voor het weven, is het weefgetouw. Vanaf 2600 v. Chr.   werd er in China zijde gesponnen en tot zijde geweven. Later in de Romeinse tijd werd de Europese bevolking gekleed met wol, leder en linnen.

Textiel was een product van huisnijverheid, bedreven om te voorzien in eigen behoefte. Zodra er meer gemaakt werd dan de eigen behoefte, werd de textiel geruild voor andere goederen.

In de Middeleeuwen werd laken populair en concentreerde zich de laken industrie in met name Noord-Frankrijk, Vlaanderen en Holland. Laken was slijtvast en vuil- en waterafstotend en ging lang mee met weinig onderhoud. De productie van laken werd in Leiden voor het eerst geïndustrialiseerd. Er vond een overgang plaats van thuiswerken naar marktgerichte productie en mechanisatie. Uitvindingen als de schietspoel en de spinmachine maakte goedkope massa productie in het Verenigd Koninkrijk mogelijk.

Het mechanisch aangedreven weefgetouw (stoommachine) leidde er omstreeks 1780 toe dat er veel meer en goedkoper textiel kon worden geproduceerd. Dat was ook nodig, want de bevolking groeide explosief. Tijdens de Industriële Revolutie veroorzaakten diverse technologische uitvindingen een andere rol voor de arbeider in het proces. Het weefproces veranderde in een verwerkende industrie.

Eind 19e eeuw zijn de eerste kunstmatige vezels gemaakt en in de 20e eeuw volgde de ontdekking van nylon en later bijv. polyester.

Heden ten dage worden er nog steeds kunstmatige vezels uitgevonden. Dat neemt niet weg dat de natuurlijke grondstoffen nog steeds in grote mate de textiel producten overheerst. Het katoenen overhemd is niet weg te denken uit het straatbeeld.

Textile-history