Kies je taal:
pt-ptnlitfresende

Enschede textielstad

Enschede is van oudsher een textielstad. Van oorsprong is Enschede ontstaan als een agrarische nederzetting, maar het werken op het land was voor de boeren bepaald geen vetpot. Zij gingen linnen weven als bijverdienste, de stoffen werden verkocht aan rondreizende marskramers die het voor veel geld in het westen van Nederland doorverkochten.

Vanwege het succes besloten sommige marskramers zich als fabrikant in Enschede, beter bekend als Twente, te vestigen en lieten de boeren in opdracht voor zich weven. De garens werden bij de boeren aan huis afgeleverd en werden in kleine weefkamers, aan huis, geweven tot stoffen. Begin 18e eeuw werkte reeds 40% van de Twentse beroepsbevolking in de textiel.

De textielindustrie bloeide, zeker toen Napoleon ervoor zorgde dat de textiel vanuit Engeland het vasteland van Europa niet meer kon bereiken. Toen Belgi├ź, waar ook een bloeiende textiel industrie was, zich van Nederland afscheidde, besloot de Nederlandse regering de industrie in Twente een enorme impuls te geven. De eerste stoommachine kwam naar Twente (1830). Dat was een eerste stap naar de industrialisering van de huisnijverheid. Fabrieken werden geopend, stoommachines en blekerijen werden ge├»nstalleerd en weefscholen werden opgericht. Bovendien werd Enschede rond 1860 aangesloten op het spoorwegnetwerk.

Toen in 1862 een allesverwoestende brand in het centrum van Enschede de meeste fabrieken, kerken en scholen verwoestte, gaf dat de industrie de kans de vleugels uit te slaan. Er werden nieuwe fabrieken gebouwd en stadboerderijen werden vervangen door deftige herenhuizen. De textiel baronnen bouwden voor hun arbeiders woonwijken en lieten parken inrichten voor de bevolking. Tevens werden er ziekenhuizen, musea en andere instellingen gebouwd en opgericht.

Naarmate de fabrieken groter werden, verkoelde de verhoudingen tussen arbeiders en textiel baronnen. Lonen waren laag, de werktijden waren lang en werk- en woonomstandigheden waren slecht. Dit zorgde tegen het eind van de 19e eeuw voor vele stakingen. Ook gedurende de eerste wereldoorlog en tijdens de crisisjaren in de jaren dertig werd de toestand er niet beter op. Nog wat later kwamen veel fabrieken zwaar gehavend uit de 2e wereldoorlog.

Ondanks dat de textiel baronnen met enthousiasme aan wederopbouw van de stad en hun fabrieken begonnen, verzuimden ze te moderniseren. Intussen was textiel een wereldwijde industrie geworden en ontstond er overproductie. Vanwege deze overproductie en de gestegen loonkosten in Nederland, konden de Enschedese fabrieken niet meer concurreren met de lage lonen landen. Stuk voor stuk sloten de grote fabrieken van weleer in de jaren 50 en 60 hun deuren en nam de werkgelegenheid in de textiel af.

Ondanks het feit dat de textiel productie uit Enschede vertrokken is, is de kennis over en van textiel niet verdwenen. De (enige) technische textielhogeschool van Nederland staat in Enschede en ook houden vele bedrijven in Enschede en omstreken zich nog steeds succesvol bezig met textiel, hetzij in de handel, hetzij design productie van textiel in niche markten.

Dat Tootal fabrics in Enschede gevestigd is, is dus niet geheel toevallig. Tootal is een schoolvoorbeeld van een textielbedrijf dat zichzelf door innovatie, door het vinden van de juiste formule op de kaart heeft gezet. Reeds meer dan 40 jaar wordt er door Tootal succesvol in textiel gehandeld en men hoopt daar decennia mee door te gaan.

textiel II